Ga naar hoofdinhoud

Documenttemplates beheren

Met documenttemplates kun je vaste Word-documenten beschikbaar maken voor Tekst naar document. Gebruikers kiezen dan niet alleen voor een vrij document, maar kunnen ook een template selecteren met vooraf ingestelde invulvelden. Je beheert templates via Beheer → Templates.

Een template is bedoeld voor documenten met een vaste opmaak, zoals brieven, facturen, vergadernotulen, rapporten of formulieren. De opmaak blijft in Word bewerkbaar, terwijl AI-Public de velden vanuit de chat en het formulier vult.

Templates uploaden

Klik op Template uploaden en kies een .docx-bestand. Na het uploaden analyseert AI-Public de tags in het Word-bestand en maakt automatisch een SurveyJS-formulier voor de documenttool.

Voor elk template vul je verplicht in:

  • Titel — de naam die gebruikers zien bij het kiezen van een template.
  • Beschrijving — korte uitleg waarvoor het template bedoeld is.
  • Type — bepaalt welke visuele tegel wordt getoond, bijvoorbeeld Brief, Factuur, Vergadernotulen, Toets, Studiewijzer, Antwoordblad, Rapport, Formulier of Overig.

Met de voorbeeldknop kun je het gekoppelde Word-bestand bekijken. Zo controleer je snel of je het juiste bronbestand hebt gekoppeld.

Beschikbaarheid

Templates kunnen op omgevingsniveau en op vestigingsniveau bestaan. Medewerkers zien de actieve templates van de omgeving én van hun vestiging. Je kunt templates uitschakelen zonder ze te verwijderen. Uitgeschakelde templates blijven bewaard, maar worden niet aangeboden aan gebruikers.

Wie kan templates beheren?

Super admins beheren templates op omgevingsniveau. Vestigingsadmins kunnen templates voor hun vestiging beheren.

Template maken in Word

Gebruik in Word enkele accolades voor invulvelden:

{klantnaam}
{datum}
{onderwerp}

Gebruik bij voorkeur veldnamen met kleine letters en underscores, bijvoorbeeld {naam_vergadering} of {contactpersoon_email}. Typ tags als één doorlopende tekst. Als Word een tag intern opknipt door verschillende opmaak binnen dezelfde tag, kan de vervanging mislukken.

Herhalende velden en tabellen

Voor lijsten en tabelrijen gebruik je de loop-syntax van easy-template-x:

{#agendapunten}{nummer}. {agendapunt}{/agendapunten}

Voor een tabel zet je de openingstag en sluitingstag in dezelfde rij:

{#actiepunten}{actiepunt} | {eigenaar} | {deadline} | {status}{/actiepunten}

Zet velden zoals {nummer} en {agendapunt} niet los buiten de loop. Ze horen binnen {#agendapunten} en {/agendapunten}.

Afbeeldingen en logo's

Voor afbeeldingen gebruik je in Word een placeholder-afbeelding. Selecteer de afbeelding, open de alternatieve tekst en zet de tag in de alt-tekst, bijvoorbeeld:

{logo}
{afbeelding}
{handtekening}

AI-Public maakt hiervan een bestandsveld in het formulier. De gebruiker kiest de afbeelding via de mediabeheerder. De grootte en positie van de placeholder in Word bepalen zoveel mogelijk de grootte en positie in het einddocument.

Formulier controleren

Na het uploaden kun je het formulier bewerken. Controleer vooral:

  • of afbeeldingsvelden als bestandsveld worden getoond;
  • of herhalende velden als dynamische lijst of tabelrij worden getoond;
  • of verplichte velden logisch zijn ingesteld;
  • of de titel van het formulier overeenkomt met de titel van het template.

Gereserveerde tags

Sommige tags worden automatisch door AI-Public ingevuld. Deze waarden worden niet aan het taalmodel gestuurd. De AI ziet alleen dat het veld bestaat; de applicatie vult de echte gegevens lokaal in. Dit is belangrijk voor vertrouwelijke persoonsgegevens en organisatiegegevens.

Gebruik waar mogelijk deze gereserveerde tags:

GegevenTags
Organisatienaam{naam_organisatie}, {organisatie_naam}, {organisatienaam}
Organisatieadres{adres_organisatie}, {organisatie_adres}, {organisatieadres}
Organisatiepostcode{postcode_organisatie}, {organisatie_postcode}, {organisatiepostcode}
Organisatieplaats{plaats_organisatie}, {organisatie_plaats}, {organisatie_plaatsnaam}, {plaatsnaam_organisatie}
Omgevingsnaam{naam_omgeving}, {omgeving_naam}, {omgevingnaam}
Vestigingsnaam{naam_vestiging}, {vestiging_naam}, {vestigingnaam}
Vestigingsadres{adres_vestiging}, {vestiging_adres}, {vestigingadres}
Vestigingspostcode{postcode_vestiging}, {vestiging_postcode}, {vestigingpostcode}
Vestigingsplaats{plaats_vestiging}, {vestiging_plaats}, {vestiging_plaatsnaam}, {plaatsnaam_vestiging}
Accountnaam{naam_account}, {account_naam}, {accountnaam}
Account e-mail{email_account}, {account_email}, {accountemail}
Accountfunctie{functie_account}, {account_functie}, {accountfunctie}
Gebruikersnaam{naam_gebruiker}, {gebruiker_naam}, {gebruikersnaam}
Gebruiker e-mail{email_gebruiker}, {gebruiker_email}, {gebruikeremail}
Gebruikersfunctie{functie_gebruiker}, {gebruiker_functie}, {gebruikerfunctie}
Medewerkernaam{naam_medewerker}, {medewerker_naam}, {medewerkernaam}
Medewerker e-mail{email_medewerker}, {medewerker_email}, {medewerkeremail}
Medewerkerfunctie{functie_medewerker}, {medewerker_functie}, {medewerkerfunctie}
Gereserveerde velden in prompts

Vraag de gebruiker niet om deze gegevens als ze al uit de vestiging, omgeving of het account bekend zijn. De documenttool vult ze automatisch vooraf in wanneer de tag in het template voorkomt.